Naar een gezond gewicht met de Dieetcoach

De Dieetcoach is een programma dat mensen ondersteunt bij het krijgen en behouden van een gezond gewicht. Het wordt gebruikt onder begeleiding van een diëtist als onderdeel van de reguliere behandeling. Jobke Wentzel, masterstudent communicatiewetenschappen op het gebied van e-health, onderzocht hoe de gebruikers (diëtisten en cliënten) het programma tijdens een pilot gebruiken en hoe zij het waarderen.

“De opvallendste conclusie is dat gebruikers aangeven dat de Dieetcoach een duidelijk en overzichtelijk programma is, maar dat zij er toch niet altijd goed mee uit de voeten kunnen. Ze vinden uiteindelijk altijd wat zij nodig hebben, maar dit gebeurt niet altijd via de gemakkelijkste route”, vertelt Wentzel.
Daarbij sluit het programma niet aan bij het registratiesysteem dat de diëtisten gebruiken, wat betekent dat zij bepaalde cliëntgegevens dubbel moeten noteren. Dit maakt het gebruik van de Dieetcoach ‘niet handig’ voor de professionals, hoewel zij aangeven er wel enthousiast over te zijn wanneer het hen werk uit handen zou nemen, in plaats van er meer taken bij te krijgen.

E-mailcontact
De mogelijkheid die het programma cliënten biedt om tussen de afspraken door via e-mail contact te hebben met de behandelaar, wordt zeer gewaardeerd. Zo hoeven cliënten hun vragen niet te onthouden tot het volgende consult. De diëtiste kan op haar beurt de vraag beantwoorden wanneer het haar uitkomt.

Duidelijke instructie
Wentzel ziet een gemakkelijke oplossing voor de ‘opstartproblemen’ bij het gebruik van de Dieetcoach. “Beide groepen eindgebruikers hebben geen duidelijke instructie gehad voordat zij met het programma aan de slag gingen. Als hier aan het begin van de behandeling tijd voor gemaakt kan worden, zou dit probleem grotendeels opgelost zijn.”

Bijdrage eindgebruikers
De diëtisten zijn vanaf het eerste moment bij de ontwikkeling van de Dieetcoach betrokken, hun cliënten in de testfase. Is dat een handige zet? “Eindgebruikers (blijven) betrekken bij de ontwikkeling is een goede keuze”, meent de onderzoeker. “Er moet dan wel goed worden bekeken welke gebruiker in welke fase wordt ingeschakeld. Zo zou de bijdrage van de diëtisten best kunnen worden beperkt tot de inhoud en in mindere mate tot de vorm. Als er een prototype van het programma gereed is, zou de cliënt naar het gebruiksgemak kunnen worden gevraagd, zoals hier ook is gebeurd.”